Appel

Een extra appel voor de dorst!

Eenmanszaak krijgt zicht op hoger aanvullend pensioen

Zelfstandigen die een aanvullend pensioen die naam waardig willen opbouwen, hoeven vanaf volgend jaar niet langer een vennootschap op te richten. Welke opties hebt u om fiscaal voordelig te sparen voor een financieel zorgeloze oude dag?

Een van de grote verschillen tussen werken met of zonder vennootschap als zelfstandige, is dat een vennootschap veel meer mogelijkheden biedt om een aanvullend tweedepijlerpensioen op te bouwen. Een vennootschap kan namelijk een pensioenspaarpot voor zijn bedrijfsleider aanleggen, een individuele pensioentoezegging (IPT).

Maar dat verschil wordt volgend jaar weggewerkt. Ook voor zelfstandigen zonder vennootschap komt er een systeem van aanvullende pensioenopbouw vergelijkbaar met het IPT-systeem dat al bestaat voor bedrijfsleiders.

Daardoor kunnen vanaf volgend jaar alle zelfstandigen, ook de 432.500 zelfstandige natuurlijke personen, twee fiscaal gunstige systemen benutten om hun karige wettelijke pensioen van gemiddeld 840 euro per maand aan te vullen. Specialisten benadrukken dat het geen kwestie is van kiezen tussen beide systemen. Het is eerder een en-enverhaal om de twee systemen te combineren. Het vrij aanvullendpensioen voor zelfstandigen (VAPZ) moet als eerste benut worden, en dient vervolgens aangevuld te worden met de nieuwe pensioenovereenkomst voor zelfstandigen (POZ) of een IPT.

ZELFSTANDIGEN ZONDER VENNOOTSCHAP

1. VAPZ

Elke zelfstandige in hoofdberoep, met of zonder vennootschap, kan een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) afsluiten. Dat is in feite een tak21-levensverzekering met gewaarborgd rendement, eventueel aangevuld met een winstdeelname, die een fiscaal 'VAPZ-jasje' aangemeten krijgt.

U bent niet verplicht elk jaar in het VAPZ-plan te storten. In een gewoon VAPZ bedraagt de minimale storting 100 euro, in een sociaal VAPZ 111 euro. In een klassiek VAPZ kunt tot 8,17 procent van uw netto belastbaar beroepsinkomen storten, geplafonneerd op 3.127,24 euro. Met een sociaal VAPZ kunt u tot 9,4 procent sparen, geplafonneerd op 3.598,05 euro. Een sociaal VAPZ biedt naast een pensioenkapitaal ook extra sociale bescherming bij arbeidsongeschiktheid, invaliditeit of overlijden.

De premie, waar u geen verzekeringstaks op hoeft te betalen, kunt u inbrengen als beroepskosten. Dat levert een belastingbesparing op tot 50 procent (+ gemeentebelasting) en u kunt tot 21,5 procent besparen op uw sociale bijdragen.

Contractueel loopt een VAPZ tot de wettelijke pensioenleeftijd. Het VAPZ vroeger laten uitbetalen en toch voort blijven werken kan alleen als u voldoet aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen.

Op het VAPZ-kapitaal wordt 3,55 procent Riziv-bijdrage ingehouden en een solidariteitsbijdrage van maximaal 2 procent. Het pensioenkapitaal wordt belast via het systeem van de fictieve rente. Dat betekent dat u een aantal jaar een klein percentage van het kapitaal bij uw andere beroepsinkomsten moet voegen. Die som wordt belast tegen de marginale aanslagvoet. Die taxatie weegt niet op tegen de belastingverminderingen die u krijgt voor de gestorte premies.

Omdat u er slechts een zeer beperkt percentage van uw loon kunt storten, levert het VAPZ te weinig op voor een financieel onbezorgde oude dag. Wie bijvoorbeeld vanaf zijn 35ste elk jaar het maximale bedrag stort in een sociaal VAPZ tot zijn 67ste, spaart bij een gewaarborgde rente van 1 procent iets meer dan 110.000 euro kapitaal bijeen.

2. POZ

De doelgroep van de pensioenovereenkomst voor zelfstandigen (POZ), het nieuwe systeem dat volgend jaar van start gaat, zijn alle 432.500 zelfstandigen zonder vennootschap - denk aan bakkers, slagers en vrije beroepers, inclusief meewerkende echtgenoten en zelfstandige helpers. Ook 10.000 zelfstandigen in bijberoep zouden ervoor in aanmerking komen, volgens schattingen door de kabinetten van de ministers van Pensioenen en Zelfstandigen.

De jaarlijkse stortingen leveren 30 procent fiscaal voordeel op. Er gelden geen minima en maxima zoals bij het VAPZ, maar een oneindig hoog pensioenkapitaal opbouwen kan niet. Net zoals voor bedrijfsleiders geldt de 80 procentregel. Die stelt dat de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen maximaal 80 procent van de brutojaarbezoldiging mag bedragen. Die 80 procent wordt nu nog berekend in functie van het laatste brutojaarinkomen. Om te voorkomen dat een zelfstandige zichzelf in zijn laatste actieve jaar een fors hoger inkomen toekent om zo meer aanvullend pensioen op te kunnen bouwen, wordt bekeken of die grens voortaan berekend moet worden op meerdere jaren, bijvoorbeeld de laatste drie actieve jaren. Daarover is echter nog geen beslissing genomen.

Het pensioenkapitaal kan worden opgenomen in kapitaal of in rente. Het kapitaal wordt voordelig belast tegen 10 procent. In tegenstelling tot bij het IPT geldt dat tarief niet alleen als de zelfstandige het kapitaal opneemt op de wettelijke pensioenleeftijd, maar ook als hij het vroeger opneemt, op voorwaarde dat hij 'pensioneerbaar' is.

ZELFSTANDIGEN MET VENNOOTSCHAP

Voor zelfstandige bedrijfsleiders verandert niets. Zij zullen nog steeds het VAPZ kunnen combineren met een individuele pensioentoezegging in hun vennootschap. Net als een VAPZ bestaat een IPT doorgaans uit een spaarverzekering (tak21).

Een IPT is zuiver individueel. Als zelfstandige bent u de rechtstreekse begunstigde. Dat betekent dat u er sowieso recht op hebt, ook als u het bedrijf verlaat of als de onderneming failliet gaat.

Het bedrijf stort de premies en kan die als kosten inbrengen zolang de 80 procentregel wordt nageleefd. In tegenstelling tot in een VAPZ moet op de IPT-premies wel 4,4 procent verzekeringstaks betaald worden.

Het kapitaal wordt bij uitkering op de wettelijke pensioenleeftijd tegen 10 procent belast als u tot dan actief bleef als bedrijfsleider. Vraagt u de pensioenspaarpot op tussen 62 en 64 jaar, dan betaalt u 16,5 procent. Dat tarief geldt ook voor wie de extra spaarpot aanboort op zijn 65ste, maar niet beroepsactief was tot dan. Neemt u het kapitaal op uw 61ste op, dan bedraagt de taks 18 procent, op uw 60ste 20 procent. Op de winstdeelname is geen belasting verschuldigd.

Daarnaast worden ook een Riziv-bijdrage van 3,55 procent en een solidariteitsbijdrage van 0 tot 2 procent ingehouden.

In tegenstelling tot het VAPZ bestaat bij de IPT een zogenaamde 'backservice'. Dat is een inhaalpremie voor de jaren waarin u al in de vennootschap actief was voordat de IPT werd afgesloten, en eventueel ook voor de jaren (maximaal tien) waarin u buiten de vennootschap werkte. U kunt dus achteraf bijstorten wat u vroeger niet opgebruikte binnen de ruimte van de fameuze 80 procentregel. Een backservice kan dus interessant zijn als u pas later met een IPT begint of als uw maandinkomen toeneemt.

Bron: tijd.be